Nieuw onderzoek vergelijkt 20 EU-markten voor de opening van nieuwe restaurants
Achter koploper Spanje volgen Finland, Denemarken en Zweden op de voet dankzij hun gunstige kostenstructuren en beperkte administratieve regeldruk. Nederland bezet de achtste positie in de samengestelde ranglijst.
Kosten versus toerisme als winstmotor
De marktomstandigheden voor de energie-intensieve horecasector lopen binnen de Europese Unie sterk uiteen. Toerisme vormt in Zuid-Europa een gigantische omzetbron; de toeristische bestedingen bedragen in Spanje jaarlijks zo’n 98 miljard euro, gevolgd door Frankrijk (71 miljard euro) en Italië (54 miljard euro). Nederland noteert hierin 20,8 miljard euro.
Aan de kostenkant scoren Polen, Tsjechië, Hongarije, Spanje en Nederland goed op het prijsniveau voor eten en drinken. Energiekosten laten echter grote contrasten zien: in Noord-Europese markten kost elektriciteit circa € 0,09 tot € 0,13 per kWh, terwijl dit in Nederland op ongeveer € 0,21 per kWh ligt. Lagere operationele lasten geven restaurants in de praktijk meer ruimte om marges te bewaken.
Snelheid van markttoetreding en personeelsschaarste
Op basis van historische data van de Wereldbank beschikken Nederland, Griekenland, Ierland en Frankrijk over de meest efficiënte toetredingsprocedures. Duitsland, Italië en Polen scoren hier minder gunstig.
Bij het samenstellen van operationele teams lopen ondernemers tegen een wisselende arbeidsmarktkrapte aan. Spanje, Ierland en Portugal kennen een laag vacaturepercentage in de horeca, wat duidt op minder spanning. In Nederland, Tsjechië, Oostenrijk en Italië ligt dit percentage juist hoger, wat de zoektocht naar gekwalificeerd personeel bemoeilijkt.
Gemengd beeld voor Nederland
Nederland laat volgens Luuk Schuiling, Lead Country Manager Nederland bij Makro Webshop, een gecombineerd beeld zien. 'Het land verenigt een sterke binnenlandse vraag en een gunstig inkoopniveau met hogere energiekosten en een krappe arbeidsmarkt,' aldus Schuiling.
Het rapport, dat ook een verdiepende stadsanalyse bevat voor onder andere Amsterdam, Rotterdam en Utrecht op basis van restaurantdichtheid en huurprijzen, dient als vergelijkende benchmark. De uiteindelijke haalbaarheid blijft volgens de opstellers altijd afhankelijk van het specifieke horecaconcept en de lokale uitvoering.
Foto: Jay Wennington