Albert Arp: tomeloze energie op een bedje van lefAlbert Arp: tomeloze energie op een bedje van lef
Back Back Interview

Albert Arp: tomeloze energie op een bedje van lef

02 maart 2018

Ik durf eigenlijk elk bedrijf wel te leiden, zegt Albert Arp, de CEO van de Utrechtse Jaarbeurs. Verleiden en verbinden wil hij, en inspireren liefst ook. Altijd met een vleugje bravoure.

Het eerste wat opvalt: Albert Arp praat snel. Heel snel - alsof hij de tijd zelf in wil halen. De zinnen kloppen, stiltes vallen er niet en de zweem van jongensachtig enthousiasme is nooit ver weg. Met Albert Arp heeft de Raad van Commissarissen van Jaarbeurs gekozen voor een CEO die het woord energie bij wijze van spreken op zijn voorhoofd heeft staan. Dat was nodig, na jaren van reorganisaties, tegenvallende resultaten en een zwalkend beleid. Of, zoals Arp het zegt: ‘Jaarbeurs was een beetje ongelukkig. Een beetje verdwaald.’

Vanwege ‘te mooi om over te slaan’, duiken we om te beginnen nog even de geschiedenis in. De jonge Albert Arp was namelijk een meer dan begenadigd wielrenner. Nog op de middelbare school hing hij zijn schooltas aan de wilgen, tekende een contract als semi-prof bij een Spaanse ploeg en droomde van etappewinst in de Tour de France. Het lot besliste anders: in de Ronde van Ierland kwam hij zo hard ten val dat pijnloos fietsen niet meer mogelijk was. Weg wielerdroom: Albert Arp werd gedwongen zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat lukte wonderwel. Gezegend met een goed stel hersens en de nodige ambitie toog hij naar de HEAO, waarna hij nog een doctoraal aan de Universiteit van Amsterdam en een postdoctoraal aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam volgden. Nog geen tien jaar later bekleedde Arp een bestuursfunctie bij zorgorganisatie Beweging 3.0, in 2012 werd hij bestuursvoorzitter van het St. Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk en in 2016 maakte hij de overstap naar Jaarbeurs.

Fiets je nog steeds?

‘Jazeker, fietsen is nog altijd mijn grote passie. Elk jaar rijd ik twee of drie ultratochten; meer dan vijfhonderd kilometer non-stop. Op zondagochtend ga ik eigenlijk altijd even fietsen, en ik rijd nog weleens met de mannen met wie ik vroeger gekoerst heb. Maar ik gebruik de sport ook in mijn werk, in mijn leiderschap. Sport is nu eenmaal een fantastische metafoor voor een organisatie: samen werken, samen afzien, samen plezier maken, samen een doel bereiken. Eerder dit jaar zijn we met zeventig mensen van Jaarbeurs naar de Dolomieten geweest - de ene helft wandelde naar boven, de andere helft op de fiets. Het ging om het plezier, maar de ambitie was net zo voelbaar: iedereen wilde die top bereiken. Als sporter heb je een bepaald doel voor ogen en alles wat je doet is daarop gericht. Datzelfde doen we hier nu ook: we hebben een duidelijk doel, een heldere visie en daar werken we gepassioneerd, gefocust en gedisciplineerd aan.’

Hoe ziet dat doel van de Jaarbeurs eruit?

‘Om te beginnen: Jaarbeurs had geen duidelijk doel, er stond geen stip meer op de horizon. Terwijl mensen wel moeten weten waar ze naartoe werken. Dus die stip staat er nu: Jaarbeurs moet dé ontmoetingsplek van Europa worden. Dat klinkt ambitieus, en dat is het ook. Toen ik bij het St. Jansdal begon, heb ik hetzelfde gedaan: het ziekenhuis moest op het gebied van digitalisering world class worden. Dat is gelukt: inmiddels behoort het ziekenhuis voor wat betreft digitalisering tot de top van Nederland en zelfs van Europa.’

De laatste jaren kwam de Jaarbeurs vooral in het nieuws vanwege rode cijfers en reorganisaties. Hoe moet zo’n bedrijf dan dé ontmoetingsplek van Europa worden?

‘Met lef! Het lef om te investeren, het lef om te vernieuwen. Kijk, als je iets nieuws wilt, moet je iets maken waar iedereen over praat. Dan red je het dus niet met een rij zonnepanelen op het dak. Daarom hebben we Winy Maas gevraagd, de architect van de Markthal in Rotterdam. We gaan namelijk een nieuwe venue bouwen, maar ik wilde niet meer van hetzelfde, want daarmee bereikt Jaarbeurs haar doel niet. Verder heb ik ingrijpend gereorganiseerd, want als je de boel echt wilt opschudden, moet je ook de trap van boven naar beneden schoonvegen. Dat is ook lef, ja. Ik moet op zo’n moment het lef hebben om tegen mensen te zeggen: “Met jullie gaat het niet lukken.” Overigens werd ik daarin door de Raad van Commissarissen wel gesteund, hoor. Voor ik hier begon, heb ik al aangegeven dat ik zo nodig het hoger management moest kunnen vervangen en daar ging de Raad mee akkoord. Dat is bijzonder, absoluut bijzonder. Meestal wordt er op de rem getrapt als het hoger management in beeld komt - loyaliteit, dienstjaren, er zijn tal van redenen voor te bedenken. Maar de Raad van Commissarissen van Jaarbeurs had ook wel in de gaten dat er echt iets moest veranderen. Inmiddels staat er weer een uitstekende ploeg. Om maar even in wielertermen te blijven: we rijden een perfecte ploegentijdrit, strak op elkaars wiel en gebruikmakend van elkaars kracht. Het gevolg is dat Jaarbeurs weer opvalt, dat de buitenwereld in de gaten krijgt dat hier dingen gebeuren.’

Waaraan merk je dat?

‘Baanbrekende bedrijven komen onze kant weer op. Zo gaat Tesla een grote accu voor zonnestroom leveren waardoor de elektrische auto's op onze parkeerterreinen continu kunnen opladen. Ik heb ook hard getrokken aan onze innovatiekracht, bijvoorbeeld met de innovatiehub Jaarbeurs Innovation Mile. Zesduizend vierkante meter floor in de Jaarbeurs waar inmiddels al zo’n twintig scale-upbedrijven ruimte huren. Bedrijven als Snappcar en BeBright, bedrijven die elkaar helpen en ook weer andere innovatieve bedrijven aantrekken. Het mooie is: als Jaarbeurs maken we ook weer gebruik van die innovatiekracht. Eerder had Jaarbeurs een eigen innovatieafdeling, maar dat werkt natuurlijk niet: innovatie moet juist van buitenaf komen, van mensen die heel anders denken dan jij, die andere vragen stellen en andere conclusies trekken. Zet die mensen met een paar van je eigen mensen in een ruimte en er ontstaan hele mooie dingen. Vind ik mooi, ja.’

Je komt over als een gedreven persoon, iemand die continu zoekt naar verbetering. Ben je daar in je privéleven ook zo mee bezig?

‘Ja, dat geloof ik wel, hoewel ik geen streberige vader ben. Maar ik ben wel doelgericht en daar horen passie en visie bij, dat heb ik altijd al gehad. Mijn broers - ik ben de oudste van vier jongens - hebben dat wat minder, en mijn eigen kinderen ook. Eigenlijk ben ik daar blij om. Ambitie brengt je heel ver, maar de teleurstellingen kunnen ook enorm zijn en daar moet je goed mee om kunnen gaan. In die zin is die val in de Ronde van Ierland een cadeau geweest, want door die crisis werd ik gedwongen om mijn ambities en mijn energie op een andere manier in te zetten.’

‘… innovatie moet juist van buitenaf komen, van mensen die heel anders denken dan jij…’

Die gedrevenheid, dat ambitieuze… speelt bewijsdrang misschien ook een rol?

‘Het is minder geworden, maar zeker tot mijn 35ste was die heel sterk. Mijn achtergrond speelt daar wel een rol in, vermoed ik. Ik kom uit een heel gewoon gezin en ik wilde me aan mezelf en zeker ook aan mijn ouders bewijzen. Mijn ouders hadden allebei een SRV-wagen en als ik iets van hen heb geleerd, is het wel service. Mijn moeder was heus weleens chagrijnig, maar op het moment dat er een klant binnenkwam, was daar die glimlach, altijd die glimlach. Daardoor verkocht ze toch weer twee appels meer, zei ze zelf altijd.’

Je komt uit een gewoon gezin, maar door je werk kom je met totaal andere werelden in aanraking. Hoe lastig is dat?

‘Ieder mens heeft zo zijn onzekerheden en ik ook, dat vooropgesteld. Maar ik beschik ook over de nodige bravoure waardoor ik onderaan de streep weinig last heb van die onzekerheid. Mijn ervaring is dat je jezelf moet zijn, daar word je voor beloond. Ik verloochen mijn afkomst niet, ik ben er juist trots op. Mijn moeder was de eerste SRV-vrouw in Nederland, hoe gaaf is dat! Uiteindelijk waarderen mensen je om wie je bent. In het St. Jansdal zag men mij als een verbinder, omdat ik ontmoetingen wist te creëren tussen de receptionistes, de schoonmakers en de medische staf. Op die manier wist ik hen ook weer te verbinden met de ambitie om het beste ziekenhuis te worden: het werd een gezamenlijk project. Terwijl: voor die tijd kwamen die mensen elkaar nooit tegen! Je hebt elkaar nodig, daar ben ik van overtuigd. Elkaar ontmoeten, ja. Wat dat betreft ligt er meteen weer een link met Jaarbeurs. Ontmoetingen zijn belangrijker dan ooit, juist nu. Daarin is een belangrijke rol voor Jaarbeurs weggelegd.’

‘Mijn moeder was de eerste SRV-vrouw in Nederland, hoe gaaf is dat!’

Je wordt gezien als een inspirerend leider en in andere interviews vertelde je dat je gezin jouw belangrijkste inspiratiebron is. Hoe werkt dat voor jou?

‘Mijn vrouw en ik hebben een samengesteld gezin met vijf jongens en daar zit ‘m die inspiratie in. Hoe dat werkt, hoe het samenvalt. Maar ook wat die jongens beleven, hun verhalen, avonturen. Liefde en aandacht verbindt en wij hebben thuis veel liefde en aandacht voor elkaar. Dat neem ik mee in mijn werk. Ik heb altijd hectische banen gehad, maar het weekend is voor het gezin en op zondagavond begint het werk weer. Gelukkig kan ik dingen ook heel makkelijk loslaten, vanuit mijn opvoeding heb ik een gezonde portie nuchterheid meegekregen. Daardoor kan ik in het weekend ook echt met mijn gezin zijn, het is niet zo dat ik in mijn hoofd nog met de Jaarbeurs bezig ben. Wat ik ook uit mijn gezin meeneem, is dat je je kinderen moet loslaten. Dat werkt in een bedrijf net zo. De eerste zes maanden zat ik er strak op, maar inmiddels is mijn besturende rol van groter belang. En daarin moet je juist meebewegen, verbinden, inspireren en verleiden. Op het moment dat je gaat duwen, gaat de ander terugduwen; kijk maar naar een kind! Je moet een kind verleiden tot gewenst gedrag. Als ik alleen maar hamer op rendement, rendement, rendement… dan staat Albert Arp over een jaar nog op dezelfde plek met Jaarbeurs. Maar als ik zeg: ‘We hebben deze visie en ambitie, we gaan investeren in een van de beste plekken om evenementen te organiseren, we halen er een toparchitect bij…’ Dan verleid je mensen door je ambitie, door wat je zegt en wat je doet. Het is echt niet zo moeilijk. Ik durf ook elk bedrijf wel te leiden, ja.’

Ben je eigenlijk weleens bang?

(Voor het eerst valt Arp stil. Een kuchje volgt.) ‘Bang. Goh… Dat het leven ineens voorbij kan zijn. Dat is mijn angst. Mijn vader overleed heel plotseling aan een hartstilstand, 52 jaar was hij pas. Niet dat het me dagelijks bezighoudt, maar toch… het komt weleens voorbij…’ (Opnieuw valt er een stilte) ‘Dan denk ik: het zal me toch niet gebeuren, zeg! Ik geniet zo van het leven, van mijn werk, van de liefde, van ons gezin. Pats, boem, voorbij? Er zal hierna vast wel iets zijn, maar niemand weet wat en ik geniet er nú zo van. Dus ik zou het heel erg jammer vinden, ja… Dat is mijn angst, mijn enige angst. Verder ben ik vooral van het intense leven, met een randje bravoure. Toch de zoon van de SRV-man, hè. En altijd geknokt, ook met fietsen. Want laten we wel wezen: wielrennen is geen sport voor watjes. Het gekke is, als ik op de fiets heel diep ga, kom ik altijd liefde tegen, nooit angst. Ik zie mijn ouders dan. Ik heb gewoon een hele leuke jeugd gehad, de vrijheid om te stoppen met school. Als mijn kinderen zoiets zouden vragen… poeh. Mijn moeder liet me slechts één ding beloven: dat ik zou gaan studeren als mijn wielercarrière zou mislukken. Dat is een groot vertrouwen, groots ook. Dat heb ik altijd gevoeld, ja. Misschien komt daar ook mijn lef wel vandaan - ik heb een stevige basis meegekregen.’

Iets om te koesteren, lijkt me.

‘Ja. Zeker…’ (De blik gaat naar buiten.) ‘Zeker. En om even stil van te zijn.’

Door > Mariska Tjoelker l Fotografie > Sjoerd van Dijk

Goed artikel?

Schrijf je in net als 37.403 andere professionals en ontvang wekelijks de beste artikelen!

Meer lezen in deze rubriek

Events nieuwsbrief

Goed artikel?

Schrijf je in net als 37.403 andere professionals en ontvang wekelijks de beste artikelen!