De rechtbank in München stelde GEMA, de Duitse zusterorganisatie van BumaStemra, grotendeels in het gelijk. Volgens de rechter heeft Suno zonder toestemming beschermde muziekwerken gebruikt om zijn AI-model te trainen én muziek gegenereerd die sterk overeenkomt met bestaande composities. Daarmee is sprake van auteursrechtinbreuk. Suno moet het gebruik van de betreffende werken staken, inzicht geven in de behaalde inkomsten en een schadevergoeding betalen. Tegen de uitspraak kan nog beroep worden ingesteld.
Opvallend is dat de rechtbank ook oordeelde dat het trainingsproces zelf onder het auteursrecht valt. Het opslaan van beschermde muziek in de AI-modellen – ook wel 'memorisatie' genoemd, wordt gezien als een vorm van verveelvoudiging waarvoor toestemming nodig is. Daarnaast verwierp de rechter het beroep van Suno op het Amerikaanse 'fair use'-beginsel.
Meer duidelijkheid voor de creatieve sector
Hoewel de uitspraak in Duitsland is gedaan, verwacht BumaStemra dat deze ook invloed zal hebben op de Nederlandse praktijk. Het auteursrecht is immers grotendeels Europees geregeld, waardoor nationale rechters vaak dezelfde juridische uitgangspunten hanteren. Volgens BumaStemra bevestigt de uitspraak dat aanbieders van generatieve AI vooraf licenties moeten afsluiten wanneer zij beschermd muziekrepertoire willen gebruiken voor het trainen van hun systemen.
De uitspraak wordt gezien als een belangrijk precedent in Europa. Juristen verwachten dat de druk op AI-platforms zal toenemen om licentieovereenkomsten te sluiten met collectieve beheersorganisaties en rechthebbenden. Daarmee ontstaat mogelijk een nieuw verdienmodel waarin makers worden vergoed voor het gebruik van hun werk bij de ontwikkeling van AI.
Voor de evenementenbranche betekent dit vooral meer duidelijkheid. De inzet van AI biedt volop kansen voor creatieve producties en efficiëntere contentcreatie, maar de juridische spelregels worden steeds scherper afgebakend. De uitspraak uit München laat zien dat innovatie en auteursrecht hand in hand zullen moeten gaan.
Foto: Steve A Johnson